't Vat is een regionale Brusselse studentenclub, een regionale kring, dus niet gebonden aan een bepaalde universiteit, hogeschool of faculteit. Bijgevolg is iedereen bij ons welkom, zowel hogeschool- en universiteitsstudenten, anciens en fossielen.
De clubkleuren van 't Vat zijn rood-purper-groen. Het rood en groen zijn voor Brussel.
Waar het purper vandaan komt, god (of tenminste de acteur die zijn rol speelt) mag het weten.
't Vat werd in 1968 gesticht door Renaat Saggaert (de Sagge), met behulp van Fernand Crauwels (de Ferre).

Terwijl de studentikoziteit aan de meeste hogescholen afbrokkelde als gevolg van de perikelen van mei '68, slaagde 't Vat er toch in een heuse reputatie op te bouwen. Als een van de onbetwiste hoogtejaren was er het academiejaar '73-'74 onder leiding van senior Alain Leemans.

Het volgende jaar speelde 't Vat dan weer een belangrijke rol in het Seniorenkonvent.
Vanaf september '75 ontstonden er problemen: de meeste presidiumleden waren afgestudeerd en 't Vat kreeg te kampen met opvolgingsproblemen.
Op een donkere woensdag in december '75 werd 't Vat na een afscheids-TD ontbonden.

In oktober-november '76 echter besloten Ludo Van Roeyen en Yvan Deryck 't Vat nieuw leven in te blazen. De eerste TD, op 1 december '76 werd een succes.
Yvan Deryck slaagde er als eerste senior in '79 in een Galabal te organiseren ter ere van het 2de lustrum.

Het was ook in die periode dat 't Vat het initiatief heeft genomen om het Brusselse Senioren Konvent (BSK) op te richten,
dat sindsdien de studentenclubs van de Brusselse vrije Hogescholen (sinds een paar jaar de 'Erasmus Hogeschool') en de Koninklijke Militaire School groepeert.
Door de jaren heen bouwde 't Vat een zeer divers publiek op, wat zich duidelijk in het proseniorenbestand laat merken.

Omtrent '85 kwam 't Vat echter weer in een donkere periode met weinig activiteiten, maar door toedoen van Fred (prosenior '86-'87),
de Jippe (prosenior '87-'88-'89) en de Renti (prosenior '89-'90), kwam 't Vat weer op dreef.

In 1986 werd ook het Oud-Vat opgericht, op maat gemaakt voor de iets meer belegen Vatter. Tot in 1994 organiseerden zij geregeld hun activiteiten.
Het derde decennium was een opvolging van hoogtepunten, waarin 't Vat een club met naam en faam werd in Brussel.
De studentenfoklore aan de hogescholen was vollen bak, de schachten waren plenty en de Gallische cantussen een fenomeen.
Vanaf het jaar van Alex (prosenior '92-'93) werd er ook gedoopt, waarbij gemotiveerde eerste kanners de kans kregen zich bij de 't Vat te scharen.

Naar het einde van het tweede millennium toe begon de succesformule wat te tanen.
Minder studenten in de clubs van 't BSK betekende ook minder studenten bij 't Vat,
en voor een club die niet aan een school verbonden is en zo zijn jaarlijkse dosis jong volk binnenkrijgt, is dat fataal.

Het dertigjarig bestaan van 't Vat werd in het jaar van Orye (prosenior '98-'99) nog groots gevierd.
Vatjan (prosenior '93-'94) bracht zowaar een St V medaille uit ter ere van deze heuglijke gebeurtenis,
die sindsdien menig klak siert. Hetzelfde jaar ging 't Vat terug op zoek naar zijn regionale roots,
en zocht horizonsverwijderingsgewijs toenadering tot de Regionale Kringen van de VUB, waar het sindsdien een actief lid van is,
en zo haar gediversifieerde geschiedenis eer aan doet.

Gedurendedat jaar werd de Vatkassa echter diep in het rood gestuurd na een oplichtingsschandaal ( lach niet 't is serieus).
Enkel de milde renteloze leningen van enkele anciens konden ons helpen het hoofd financieel boven water te houden.
Het jaar erna was het vat echter af. Na het galabal in december werd het wel heel kalm rond 't Vat. Er werd geen overdracht georganiseerd;
de club zou een stille dood sterven.

Een prosenioren vergadering na de barbecue van Polytechnic diezelfde zomer leverde op dat de twee laatste senioren,
Erwin Orye en Leslie Brunswyck (prosenior '99-'00) samen met Sofie van Iverto het Vat zouden levend proberen te houden.
In het begin van dat jaar stapte Leslie echter uit de boot, en werd vervangen door Bram van Popo.
In dat jaar zonder praeses en zonder linten werd gestart met een nieuw initiatief.

Op de Cantusklassen werd getracht vergeten codexliedjes (uit de in 1999 uitgebrachte BSK-codex) opnieuw aan de corona aan te leren.
Het jaar daarop was er een heus presidium, weliswaar anarchistisch, dus zonder praeses en zonder specifieke functies.
De activiteiten kwamen weer goed op gang, met onder andere twee geslaagde cantussen in 't BSG en een quiz met zo'n 130 deelnemers.

Het jaar werd afgesloten met een echte overdracht van de prosenioren naar Bram en deze kon rekenen op een volledig nieuw presidium, 11 man/vrouw sterk.
Na de 'heropstanding' werd begonnen met de rest van de studentenwereld diets te maken dat 'T VAT weer springlevend was.

Een uitdaging was om de student zijn studentenstad beter te leren kennen aan de hand van een grote zoektocht dwars door de 5hoek.


''t Vat leeft' was een slogan waar in het eerste 'nieuwe' jaar niet naastgekeken kon worden!
Met de overdracht naar Sven alias Joske (weerom van Popo) stond onze kring voor een nieuwe uitdaging:
de aanwezigheid van 'T VAT in het studentenleven bevestigen en de naambekendheid uitbreiden, wat met de hulp van 't Nieuwsblad al geen probleem was.
Voor het eerst sinds lang bestaat het bestuur deels weer uit echte VATschachten.

Op cantussen in alle uithoeken van 't Belgenlandje waren we steeds met meerdere personen vertegenwoordigd.
In het vorige jubileumjaar waarbij 't Vat zijn 40-jarige (2008-2009) bestaan kon vieren was er ook de schitterende gelegenheid om een galabal te organiseren,
in samenwerking met het 10 jaar jongere BSK.

Tegenwoordig anno 2016 staat 't Vat voor de uitdaging om de studentikoziteit en alles wat daar rond hangt een boost te geven en daarbij geen schrik hoeft te hebben om daarbij terug naar de kern van het studentenleven te keren.
Het studentenleven is het ontmoeten van nieuwe mensen, elkaar beter leren kennen tijdens cantussen, TD's en andere studentikoze activiteiten
en dit met respect voor de tradities die degene die ons voorgegaan zijn hebben uitgewerkt.
Het Vat wil daarbij bijdragen door een sfeer te creƫren van samenhorigheid, respect voor elkaar,
een liefde voor het studentenleven maar vooral, een groep vrienden die zich amuseren en ten volle genieten van het studentenleven en alles wat het te bieden heeft.